Anne Koot

Must-read: Busvervoer moet op de schop

Auteur: Amanda Verdonk

OV-specialist Anne Koot van bureau Goudappel Coffeng brengt de ongemakkelijke waarheid: op de bus zitten de meeste mensen letterlijk en figuurlijk niet meer te wachten. Zij begeleidt gemeenten en provincies bij de transitie van het openbaar vervoer. ‘Op plekken waar het OV het in de huidige vorm niet meer kan waarmaken wordt het tijd om dat te erkennen.’

Je werkt momenteel voor de provincie Overijssel aan een nieuw OV-plan. Hoe is het daar gesteld met de populariteit van het OV?

Busvervoer is in een ander daglicht komen te staan. De bussen raken op sommige plekken steeds leger omdat mensen kiezen voor andere vormen van verplaatsen zoals meerijden, de fiets en de auto. Ook de ouderen van nu rijden zo lang mogelijk auto en gebruiken de fiets vaker, zeker de elektrische fiets. In een deel van het landelijk gebied fungeert de bus slechts als een soort vangnet; pas als je niet anders kan ga je met de bus. In sommige gebieden is de collectieve vraag nog wel sterk. Er zijn delen van het Overijsselse busnetwerk waar de passagiers voor 90% uit scholieren bestaan. Dat is een ontzettend belangrijke doelgroep die je niet kunt negeren. Ook het treinnetwerk van Overijssel wordt alleen maar sterker, daarin moet je dan ook blijven investeren.

Wat moet er veranderen aan het busvervoer?

Als er geen collectieve vraag is, dan moet je dat erkennen en zoeken naar andere mogelijkheden. Die mogelijkheden zijn er! Maar dat vergt wel anders denken. Overheden moeten zich afvragen: voor wie laten we die bussen rijden en wat is onze rol bij de alternatieven? Tegenwoordig zien we dat er ook ontzettend veel vervoer zelf geregeld wordt. Bijvoorbeeld in de gemeente Steenwijkerland, waar liefst vijf vrijwilligerssystemen actief zijn. Die functioneren zelfstandig en krijgen nauwelijks een bijdrage van de gemeente. Overheden moeten zulke nieuwe ontwikkelingen stimuleren en de discussie daarover voeren. De overheid moet als facilitator optreden om dat proces te versnellen. Soms moet je ook zeggen: u moet het zelf oplossen. Soms moet je urgentie creëren om iets in beweging te krijgen. De overheid moet ook keuzes maken; waar besteed je je middelen aan? Soms ontdek je dat mensen het prima zelf kunnen regelen, en doen ze dat ook al. Op het moment dat er onvoldoende mensen in een bus zitten dan is dat blijkbaar niet het product waarop men zit te wachten. Blijkbaar heeft men andere keuzes gemaakt.

In feite praat je dus over het afschaffen van buslijnen. Roept dat niet ontzettend veel weerstand op?

Ja, in eerste instantie wel. Dan zeggen mensen: de overheid moet toch zorgen dat die bus blijft rijden? Maar als je uitlegt: er is wat veranderd, vroeger reden overal bussen en zaten we met z’n allen in de bus, maar dat doen we niet meer. Dan zeggen mensen dat er meer bussen moeten rijden of dat de aansluitingen beter moeten. Maar dat betekent nog meer tekorten en nog meer belastinggeld. Op plekken waar het OV het in de huidige vorm niet meer kan waarmaken wordt het tijd om dat te erkennen. Er zijn ook andere vormen van vervoer en in veel gevallen zijn die ook veel passender, zoals vrijwilligersdiensten of autodelen. In Overijssel rijden er bijvoorbeeld ontzettend veel auto’s langs de dijk in Olst Wijhe, allemaal met slechts één chauffeur, en er rijdt een keer per uur een bus. Een inwoner van Olst Wijhe vroeg zich af: auto’s rijden in veel hogere frequentie, kunnen we daar niet gebruik van maken? Maar zo’n omslag in denken kost tijd en vraagt soms om urgentie. Zo lang je het normale OV-aanbod blijft bieden weet je in ieder geval zeker dat er niks verandert. Het is ook niet zo dat de hele wereld gaat veranderen; op de drukke lijnen blijven altijd wel bussen rijden. Maar het wordt een veel rijker palet. Vervoersconcessies die tien jaar duren zijn dan een belemmering, het is belangrijk dat die meer flexibiliteit bieden en andere vervoersvormen mogelijk maken.

In hoeverre zijn de ontwikkelingen in Overijssel vergelijkbaar met Noord-Brabant?

Brabant zit in hetzelfde proces als Overijssel, net als veel andere provincies. Wel valt mij op dat ze allemaal een iets andere aanvliegroute kiezen. Brabant focust op experimenten, het ‘lokken’ met alternatieven. Dat is een positieve insteek en een hele goede aanpak. In Overijssel is de transitie ingegeven door bezuinigingen. Het zou goed zijn als provincies hun ervaringen met deze transities met elkaar zouden delen. Ieder gebied is wel heel verschillend; waar een ander type mensen woont moet je een ander soort oplossingen bieden. Je moet dus wel van elkaar leren en goed definiëren waarom iets wel of niet werkt.

CV

Anne Koot studeerde verkeerskunde aan de NHTV in Tilburg en werkt sinds 1994 bij Goudappel Coffeng in Deventer als adviseur. Tien jaar lang heeft zij de groep Verkeer en Ruimte geleid. Ook heeft ze zich geschoold tot professioneel coach.